zaterdag 28 mei 2016

Chip chip chip, hoera!


Stel. Puur hypothetisch scenario: het is zaterdagavond, 21.30 uur. Terwijl de rest van de wereld zijn afspraken nakomt door daadwerkelijk te attenden, liggen jij en de sofa in een innige omhelzing. Buiten is het een prachtige zomeravond in de lente en krioelt het van het soort mensen met wie een versterkte band of kiemen tot vriendschap tot de mogelijkheden behoren. Maar dat wist je want je kwam ervandaan en was, onderweg naar het volgende evenement, snel naar binnen gevlucht om van jas te veranderen en comfortabel naar het toilet te kunnen. Daarna was er ook nog tijd om heel eventjes in de zetel te zitten. Om die oude Franse film te bekijken van maar tachtig minuten en de kleine honger te verdrijven met wat er in huis is: wortels voor een wortelsalade en de drie laatste maïswafels. En daarna: het resterende kwartje vanilleijs, met stukjes peer en verkruimelde koekjes. Zo zijn die eindelijk ook op. Toch even liggen. Dat liggen wordt algauw slapen, de nacht was te kort. En dan gebeurt het denkbare: je ontwaakt, suf en zonder goesting. Het is zaterdagavond, 20.00 uur. De buitenwereld viert feest en jij mist alle pret. Maar da's ok, want je hebt nog tweeëntwintig dagen gratis Netflix en drie dvd's voor de boeg. 

Het allergrootste probleem stelt zich anderhalf uur later, wanneer er plots een gek gevoel ontstaat: geen echte honger-honger maar eerder een 'dat zou er nog wel ingaan'-drang, gecombineerd met de naderende tijd van de maand en weekendluiheid. Die mix leidt tot een vurig verlangen naar chips. Met paprika. Maar de supermarkt is al gesloten, de dichtstbijzijnde nachtwinkel heeft alleen zout en zout met peper en de tweede verste is te ver. Plus: stel je voor dat iemand je nu ziet, of erger: aanspreekt. Dat 'Ik lag al om negen uur K.O. in Bedlehem'-excuus wordt dan een echte leugen. Wat nu gedaan? Creatief zijn, dat kun je. In de berging liggen er kleine primeuraardappelen die voelsprieten krijgen, ook al heb je ze nog maar een week. Je innerlijke Frank Fol wordt wakker. Je snijdt ze in dunne schijfjes, mengt ze met olie, zout en paprikapoeder en schikt ze op een bakplaat die je 20 minuten lang in een oven van 220° stopt. Halverwege leg je de zwangere moppentapper het zwijgen op om zoveel mogelijk plakjes om te draaien en er zo weinig mogelijk op te eten. Om ze allemaal naar binnen te spelen tijdens de grap over een nummer twee op kantoor. Acht krieltjes staan gelijk aan een klein zakje. In de nachtwinkel had je vast voor de XL-verpakking gekozen en nu spijt. Wat extra leuk is: dit zijn bijna frietjes. Een dipsaus op basis van mayonaise is niet raar. Dit was een ware topavond. Een puur hypothetische, uiteraard. 

1 opmerking: