zaterdag 9 mei 2015

Decooratie.


Piercings evoceren een slechte reputatie. Ze stonden ooit symbool voor lef, lak aan gezag en dus marginaliteit. Op het lokale skatepark prikten de stoere jongens lukraak en zonder verdoving sluitspelden in elkaars lellen. Wij, dorpskinderen, keken van een veilige afstand naar het doen en laten van die wandelende ijzerwinkels. Onze katholiek getinte opvoeding dicteerde namelijk om  dat soort sujetten met een wijde boog te mijden. Geen denken aan dat wij naar huis zouden komen met een verdwaald gaatje in een ander lichaamsdeel dan de meest weke stukjes oor. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik bij het ouder worden steeds vaker in contact kwam met metaal in neuzen, tongen, oorschelpen of navels van perfect AN-pratende mensen die zich netjes aan de regels wisten te houden. En zoals dat gaat met gewenning heeft het kleinood een opmars gemaakt in zowel het straatbeeld als mijn perceptie. Nu worden bont versierde gehoorkanalen normaal bevonden en zijn simpele setjes oorbellen bijna slaapverwekkend saai. 

Met benamingen die doen denken aan seksueel overdraagbare aandoeningen wordt elk nieuw juweel een blijk van victorie. De drager is een levensveteraan die zijn schotwonden als memorabilia etaleert na zijn duel met de handelaar in lichaamskunst. Het ritueel promoveert de klant tot krijger. Iedere visite staat garant voor meer aanzien op het skatepark van het leven. Ik heb er drie op mijn conto, goed voor vijf oorsieraden. Qua onverschrokkenheid kan dat tellen. Maar als er één leus is die ik nimmer vergeet alvorens bijkomende gaten te overwegen, dan is het deze: 'Twee aan elke kant = miserie in 't ledikant.' Laat het een les zijn, in de piercingshop. 


1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen