dinsdag 23 april 2013

Den draad.

een // twee // drie // vier // vijf // zes // zeven // acht 

Hij hing er destijds zo flets bij dat de aanblik zorgde voor een rilling langs de rug, een haperend moment van vertwijfeling. Eens gelegen zat er niets anders op dan de overgave. Licht in hoofd en lichaam, op de rand van de duizeling. Verrassend stevig waren ze trouwens, die ambachtelijk geweven koordjes in de vorm van een zomerartikel dat standaard doet denken aan de palmbomen die hem omhoog houden, parelwit zand onder de bengelende voeten, een plas helderblauw in het door zonnebril en zomersproet omkaderde vizier. De herinnering aan dat lapje felgekleurde rijgwerk uit Latijns-Amerika op zolder doet de kastanjeboom in onze tuin steeds weer pijnlijk eenzaam en nutteloos voorkomen. 

Wat eens obligatoir tijdverdrijf of brood op de plank was, is nu louter liefhebberij en - als het even meezit - een fijne bijverdienste. Met een fluks stel handen, een pientere geest, een basiskennis ambacht, zin voor geduld en vindingrijkheid kan een spoel garen of een bol wol worden herschept tot esthetisch object dat de tand des tijds en de druk van een doorsnee lichaam ruimschoots doorstaat. Of dat is toch wat de spinsels van Ana, Hermine en Rita laten uitschijnen. Ode aan den draad. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen