dinsdag 20 maart 2012

Sur l'écriture. Et Paris.

Column voor Write Now!
Afgelopen weekend toefde ik in Parijs, alwaar ik als een moderne Baudelaire op hakjes door de straten flaneerde. Rue in, Boulevard uit, zomaar wat ronddwalend, mezelf overleverend aan de impulsen van de massa en mijn bedenkingen daaromtrent. Op zoek naar niets bijzonders, met mezelf als vertrekpunt en filter. Het was een subtiel onderzoek naar het schrijven, onder het mom van een plezierreisje. Met notitieschrift ter hand en verkleed als Parisienne – donker uniform (makkie), glanzend haar (spray) en lèvres rouges die hun meest rollende ‘vers la-bàs’ lipten tegen toeristen die in de val trapten en me de weg naar de triomferende Arc vroegen – onderwierp ik mezelf aan een verplicht nummertje schrijven. Ik keek en ik krabbelde. Liet mijn pen de vrije loop. Die mijmerde pagina’s lang over de magie van het Franse land. Over ouder worden. Over de verwondering, kapotte voeten en het zijn. Over dood zijn, slapen, leven. Ik dacht daarbij herhaaldelijk aan het boek dat ik laatst las, en aan het boek in de zak om mijn schouder. Eerstgenoemde was ‘Schootgebed’ van de Duitse Charlotte Roche: een erbarmelijk vertaald epistel met zwakke verhaallijn, dat me desondanks had geraakt, daar ik mezelf op talrijke vlakken met het hoofdpersonage kon vereenzelvigen. Het tweede was ‘Henry en June’ van de Franse Anaïs Nin: haar meanderende dagboek over ondefinieerbare liefde. Terwijl Elizabeth (die van Roche) uitmuntte in schunnige hersenspinsels die ik wel eens pleeg te denken (of doen), hield Anaïs Nin het naar huidige normen voorzichtig. En bleef ze, afgezien van de erotische toets, braver dan de veeleer eigengereide, scheenschoppende Roche. Of moet ik zeggen: Elizabeth? Ach, lak aan auteur, focalisator of verteller! Als een schrijver schrijft, is hij toch diegene met de pen in de hand? Is hij het dan niet die fulmineert, schoffeert, redeneert? Is hij dan geen schepper van eigen taal? Plots daagde me, ergens tussen Champs – Elysées en Eiffeltoren: schrijven is een machtig zoeken. Naar zichzelf en naar waarheden. Naar een artistieke dekmantel om roekeloos en onverbloemd te zijn, Ezels- of andere processen ten spijt. Naar de balans tussen het diepste ik en zijn ideale alter ego. De roes van het schrijverschap herbergt dientengevolge vele gevaren. Om zich, zoals Charlotte Roche, te vergalopperen in publiekslokkende vunzigheden. Om zich, zoals Anaïs Nin, te wentelen in lijzige romantiek, als de eerste de beste femme fatale. Van beiden steel ik niettemin enkele wijsheden, schaaf ik zo aan een steeds beter wordende definitie van mezelf. Personages of niet: een schrijver geeft zich bloot, terwijl de lezer zich aankleedt. Wat de lezer denkt, zal een goed schrijver worst wezen. En omgekeerd. ‘Merde. Ik heb dus nog een lange weg te gaan’, schreef ik bedachtzaam, daar in die eindeloze Rue de Rivoli.

Zelf (in)schrijven kan nog tot 1 april.
Alle info via Write Now!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen